Score

Je pijl krijgt de score van de zone waar hij in jouw blazoen zit. Als jouw pijl niet je eigen blazoen raakt telt de pijl als een misser.
In de 10 zit een cirkel: de inner-10. Voor de compound geldt alleen de inner-10 als 10. De rest van de 10 geldt als 9.

[Afbeelding]

In sommige gevallen komt je pijl niet duidelijk in een zone terecht. Hiervoor gelden de volgende regels:

Lijn tussen de scorezones

  • Als de schacht van je pijl twee zones of de lijn tussen twee zones raakt, krijgt hij de hoogste score.
  • Als er een stuk blazoen mist op de plaats van een lijn of als de lijn opzij gedrukt is door een pijl, trek je een denkbeeldige lijn om de score te bepalen.

Afketsende pijl

Een pijl kan een andere pijl raken, afketsen en daarna in het blazoen inslaan. De pijl krijgt de score van de plek waar de pijl in het blazoen zit.

Terugketsende pijl

  • Een pijl kan een andere pijl raken, terugketsen en daarna niet in het blazoen inslaan.
  • Kun je vaststellen op welke pijl hij is teruggeketst? Dan krijgt de pijl de score van de pijl waarop hij is teruggeketst.
  • Kun je niet vaststellen op welke pijl hij is teruggeketst? Dan telt deze pijl als een misser.

Een pijl in een andere pijl: Robin Hood!

Als een pijl een andere pijl raakt en erin blijft zitten, krijgt hij de score van die andere pijl.

Pijlen trekken

Je mag de pijlen én het blazoen pas aanraken als alle punten van alle sporters opgeschreven zijn.

Scorebriefjes

Voor de wedstrijd vul je jouw naam, bondsnummer, vereniging en categorie in op je scorebriefje.
Tijdens de wedstrijd worden de scores zorgvuldig bijgehouden. Daarvoor gelden de volgende regels:

  1. Op een baan overleggen de sporters en ze wijzen twee sporters aan als schrijver. De schrijvers schrijven iedere serie de punten op van alle sporters op de baan. Er zijn dus twee scorebriefjes van iedere sporter op een baan.
  2. Na iedere serie lopen alle sporters naar het doel Je noemt je eigen score op. Als de andere sporters op jouw baan het niet eens zijn met je, roepen ze de scheidsrechter.
  3. Maakt een schrijver een fout bij het opschrijven dan roep je de scheidsrechter. De scheidsrechter contoleert de verbetering en zet ter goedkeuring een paragraaf op het scorebriefje.
  4. De schrijvers schrijven de scores van de serie op.
  5. Daarna tellen ze deze op bij de tot dan geschoten series (subtotaal.
  6. Vervolgens controleren ze of ze allebei dezelfde uitkkomst hebben.
    Pas daarna mogen de pijlen getrokken worden.
  7. Na de wedstrijd vullen de schrijvers de totaalscore in op de scorebriefjes van hun baan.
  8. Ook vullen ze het aantal tienen in.
  9. Als alles is ingevuld, moeten sporters en schrijvers alle scorebriefjes ondertekenen.
  10. Een set briefjes wordt ingeleverd bij de wedstrijdleider. Van de tweede set briefjes krijgt iedere sporter zijn eigen scorebriefje.
  11. Bij een puntenverschil tussen twee ingeleverde scorebriefjes geldt de laagste score.